Nieuwe doelgroepen in het verpleeghuis

Verpleegkundige, trainer en auteur Gerke de Boer constateert dat de intramurale ouderenzorg in toenemende mate te maken krijgt met ouderen die niet alleen lichamelijk iets mankeren, maar ook dement worden en/of psychiatrische problemen hebben. Dit heeft grote gevolgen voor het werk van verzorgenden. Hoe kun je omgaan met de veranderingen?


De traditionele zorginstelling is op haar retour door wetswijzigingen, bezuinigingen en de veranderende wensen van zorgvragers. Gerke de Boer stelt dat verzorgenden in de intramurale ouderenzorg hierdoor geconfronteerd worden met drie enorme veranderingen. ‘Alleen mensen met een zware zorgvraag komen nog in aanmerking voor een plekje in een instelling, doorgaans een – kleinschalig – verpleeghuis. Vaak gaat het om mensen die dementeren. Verzorgenden moeten dus de switch maken van ouderenzorg naar dementiezorg’, zo stelt hij. ‘Van oudsher waren verzorgenden altijd gefocust op de lichamelijke verzorging van de bewoners, maar goed kunnen omgaan met dementie vraagt om andere vaardigheden. Vooral de bejegening is belangrijk: het afstemmen op iedere unieke bewoner. Je moet van moment tot moment bekijken hoe de vlag erbij hangt en daarop inspelen. Dat vraagt een geweldige omslag in je manier van werken: van taakgericht naar belevingsgericht.’
Een tweede grote verandering is volgens Gerke dat de grootschalige (verzorgings)huizen verdwijnen. ‘Verzorgenden moeten steeds vaker functioneren in kleinschalige woonvormen voor verpleeghuiszorg. Ook dat vraagt om een andere manier van werken. Je gaat dan niet van deur tot deur op een afdeling, maar runt met een aantal vaste collega’s een soort “woongroep” voor ouderen.’

Verkommering en verloedering
Een laatste verandering met veel impact is dat ouderen die worden opgenomen steeds vaker (ook) psychiatrische aandoeningen hebben, zoals een depressie, psychose of angststoornis. Gerke: ‘Soms hebben ze die al langere tijd, maar konden ze zich nog aardig redden zolang ze lichamelijk gezond waren en een ondersteunend sociaal netwerk hadden. Valt dat weg, dan zie je dikwijls dat deze mensen verkommeren. Ze kunnen zich in de huidige samenleving niet handhaven. “Hoe moet ik pinnen? Hoe vraag ik een DigiD aan? Hoe werkt een ov-chipkaart?” Ze weten het niet en dat maakt deze kwetsbare ouderen radeloos. Vroeger konden ze nog wel aankloppen voor hulp bij hun vaste huisarts of iemand van de kerk, maar dat is steeds minder het geval. Bovendien wonen hun kinderen vaak ver weg. En wat gebeurt er dan? De ouderen nemen hun medicatie niet meer, wassen zich niet, raken ondervoed, dragen een week dezelfde kleren. Ze verloederen.’
Gerke vertelt dat deze doelgroep vroeger nog wel eens terechtkwam in een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Tegenwoordig gebeurt dat niet zo snel meer. ‘De  meeste mensen met psychische problemen worden ambulant behandeld; opnames zijn een zeldzaamheid. Maar nu zie je dus steeds vaker dat deze gerontopsychiatrische ouderen in een verpleeghuis komen als het thuis niet meer gaat. Inmiddels is dat echt dagelijkse kost. Daar vertonen ze dikwijls gedragsproblemen: ze spelen verzorgenden tegen elkaar uit, zijn agressief jegens medebewoners, claimen het personeel of ze klagen onophoudelijk.’

Wonen en welzijn
Om goed te kunnen inspelen op de nieuwe bewonerspopulatie is een andere visie op goede zorg nodig, vindt Gerke. Hij signaleert dat in de huidige verzorgings- en verpleeghuizen de nadruk sterk op ‘het lichamelijke’ ligt. ‘Er wordt vooral gekeken naar wat een bewoner mankeert en hoe je daar – met medicatie – iets aan kunt doen. De achterliggende gedachte is steeds: een goed leven is een gezond leven. Maar dat hoeft niet per se. Ik pleit voor een ander mensbeeld en een andere visie. Het zou niet moeten draaien om het “oplappen” van bewoners maar om wat hen gelukkig maakt. Leg het accent voortaan op welzijn en wonen in plaats van op zorg. De vraag moet zijn: hoe kun je ervoor zorgen dat het wonen in een instelling zo aangenaam mogelijk is?’ Bij het beantwoorden van die vraag moet er volgens Gerke ook aandacht zijn voor de psychische gesteldheid van de bewoner, zijn sociale netwerk, z’n spirituele behoeften en zijn ‘cultuur’: Wat voor krant leest iemand? Van welke tv-programma’s houdt hij? Is hij fan van Ajax of van Feyenoord? Kortom: waar loopt hij warm voor? ‘Dit betekent dat je je moet verdiepen in iemands voorgeschiedenis’, zegt hij. ‘Mantelzorgers kunnen je daarbij behulpzaam zijn; zij kunnen je veel extra informatie verschaffen.’ Gerke pleit ook voor het instellen van bewonersbesprekingen, waarbij verzorgenden, familieleden en vooral ook de bewoners elk hun zegje kunnen doen. ‘Zo zorg je ervoor dat de wensen van bewoners beter over het voetlicht worden gebracht en kun je er beter op inspelen.’


Scholing noodzakelijk

Volgens Gerke verandert het vak van verzorgende onherroepelijk. ‘Maar je ziet dit eigenlijk in alle sectoren en beroepen gebeuren’, observeert hij. ‘Een pompbediende tankte tien jaar terug benzine. Nu runt hij bij wijze van spreken een complete snackbar bij het benzinestation. Een andere tijd vraagt om nieuwe kennis, aanvullende vaardigheden en een andere houding. Oók van verzorgenden.’
Gerke vindt het essentieel dat locatiemanagers en leidinggevenden (tot en met directieniveau) de randvoorwaarden scheppen om de veranderingen waar verzorgenden mee te maken hebben soepel te laten verlopen. ‘Denk hierbij aan regelmatig teamoverleg, functioneringsgesprekken, een mobiliteitsbeleid, het bieden van scholingsmogelijkheden. Zo’n scholing moet echt worden ingebed in de visie en het beleid van de organisatie en heel diepgaand zijn. Met een bijspijkercursus van vier dagdelen ben je er niet.’
In de praktijk ziet Gerke dat niet alle verzorgenden openstaan voor de uitdagingen waarmee ze geconfronteerd worden. ‘Als je er moeite mee hebt, kun je beter ander werk gaan zoeken’, denkt hij, ‘want de veranderingen zijn volgens mij onomkeerbaar. Maar gelukkig zie ik dat de meeste verzorgenden wel degelijk de wil hebben om te veranderen, omdat ze zien dat ze zo nóg beter tegemoet kunnen komen aan de wensen van hun bewoners.’
Boek: ‘Die past hier niet’
Half september 2016 verscheen het nieuwe boek van Gerke de Boer: Die past hier niet. Gerontopsychiatrie in het verpleeghuis. Het gaat over de meest voorkomende problemen rondom mensen die op hoge leeftijd naar het (al dan niet kleinschalige) verpleeghuis gaan. Er wordt ingegaan op het belang van medicatie, structuur en de voorgeschiedenis van bewoners. Ook geeft Gerke antwoord op de vraag wat er precies bedoeld wordt met ‘revalidatie, resocialisatie en rehabilitatie’. In het boek schrijft hij onder meer dat zorg voor mensen met gerontopsychiatrische problematiek altijd vergezeld moet gaan met zorg voor de verzorgenden.

Meer informatie en bestellen: www.diepasthierniet.nl

Dit artikel verscheen eerder in Tijdschrift voor Verzorgenden (2016).

Dit artikel is 1068 keer bekeken