Feminisme in Nijmegen

De tweede feministische golf spoelt aan in Nijmegen

‘Emancipatie van de vrouw’ werd in de jaren zeventig een ‘hot item’in de Nederlandse samenleving. Joke Kool-Smit stelde in het tijdschrift De Gids ‘het onbehagen van de vrouw’ aan de kaak, ManVrouwMaatschappij streefde naar een evenredige deelname van vrouwen aan productie en beleid en Dolle Mina wist dankzij haar ludieke acties telkens de aandacht van de media op zich te vestigen en maakte daardoor van het feminisme een ‘keukentafelonderwerp’.

Het feminisme belandde echter niet alleen op de keukentafel, maar ook in de ivoren toren: “Er viel niets anders te verwachten dan dat de zgn. tweede feministische golf ook bij de universiteiten zou aanspoelen. Groepen die zich emanciperen richten vaak hun kritiek óók op de wijze waarop hun groep in de wetenschap aan bod komt. En inderdaad, een groep Nijmeegse vrouwen die onder invloed van het feminisme de wetenschapsbeoefening eens kritisch onder de loep nam, kwam tot een vernietigend oordeel: ‘(…) na ruim een halve eeuw van de vruchten der wetenschap geproefd te hebben blijkt de nasmaak bitter, omdat de vergaarde kennis voornamelijk over mannen blijkt te gaan. Als in de wetenschap gesproken wordt over vrouwen gebeurt dit als afwijking van de mannelijke categorie, of als bevestiging van het sterotype beeld, als Moeder, de grote Verzorgster’.” Dat daar iets aan gedaan moest worden, daar waren deze vrouwen het roerend over eens. Het leek hen een goed idee zich te verenigen in een soort vrouwenbeweging aan de universiteit: “En die is echt nodig, want vrouwen die studeren hebben het niet gemaakt zoals vaak gedacht wordt. In de studie zelf moet nog heel wat gebeuren en het gevecht om plaatsen te krijgen voor ‘women’s studies’ is pas begonnen”.

(…)

De vrouwengroepen aan de Nijmeegse universiteit werden vooral bevolkt door studerende vrouwen. Zij waren met name beïnvloed door de nationale vrouwenbeweging, die de aanzet gaf tot de ontwikkeling van een Nederlands vakgebied Vrouwenstudies. De feministische ideeën van deze landelijke beweging vonden gretig aftrek – ook aan de Nijmeegse universiteit – waar de vrouwengroepen als paddestoelen uit de grond schoten.

Ook niet-studenten waren soms bij de vrouwengroepen betrokken. Zij waren echter wel in de minderheid. Irma Bogers, voormalig vrouwenactiviste aan de Nijmeegse universiteit, herinnert zich in dit verband: “Nou, bij die Emancipatie- en Socialismegroep, daar zaten ook wel een paar huisvrouwen en werkenden tussen. Dat moest kunnen, vonden wij toen. En dat kón ook. Maar de meesten waren toch wel studenten.” Dat maakte weinig uit, want de vooronderstelling was dat de wetenschap toch wel zijn neerslag had op de samenleving. Door de wetenschap in feministische richting te veranderen, zou de maatschappelijke orde vanzelf mee veranderen.

Vanuit de door Bogers gememoreerde Emancipatie- en Socialismegroep, werd in maart 1976 de Vrouwengroep Inter-facultair Overleg (VIOOL) opgericht. Vrouwenclubs van verschillende secties en faculteiten kwamen in VIOOL bijeen om ervaringen uit te wisselen, stoom af te blazen en overleg te plegen. VIOOL werd al gauw hét vrouwenbolwerk van de Nijmeegse universiteit. Het liet dan ook geregeld van zich horen. Door middel van de organisatie van onder meer werkgroepen, praatavonden en lezingen voor medewerksters, studenten en vrouwen uit de stad, probeerde VIOOL haar opvattingen in bredere kring geaccepteerd te krijgen, om zo tot een verandering van de universitaire status-quo te komen.

Dit onderzoek verscheen in:  Vrouwen van Nijmegen. Twintig jaar in beweging (De Feeks; Nijmegen 2000).

Dit artikel is 1979 keer bekeken