Historische kern Bredevoort verzakt

Scheuren in monumentale panden gevolg van rioleringswerkzaamheden?

Zijn rioleringswerkzaamheden er de oorzaak van dat de historische kern van Bredevoort begint te verzakken? Dat is de vraag die de gemoederen in het historische stadje al enige tijd bezighoudt. Een antwoord is niet snel gevonden. ‘Hoe moet worden aangetoond dat de scheuren in de monumentale panden mogelijk te wijten zijn aan de aanleg van een nieuwe riolering?Slechts 1600 zielen telt Bredevoort. Toch noemt het kleine plaatsje, dat deel uitmaakt van de gemeente Aalten, zich trots ‘stad’. Niet helemaal ten onrechte, want in het verleden was Bredevoort een plaats van enige importantie. ‘De naam Bredevoort verschijnt voor het eerst in 1188, op een goederenlijst van de aartsbisschop van Keulen’, vertelt Henk Ruessink, die als lid van de Monumentencommissie van de gemeente Aalten de verzakte panden aan de Markt en in de Landstraat nauwlettend in de gaten houdt. ‘De naam Bredevoort verwees in die tijd naar Kasteel Bredevoort, een burcht gelegen op een zandheuvel in een moerassig gebied. Daar verrees in de loop der tijden het vestingstadje Bredevoort, waar eeuwenlang de bisschoppen van Münster en de hertogen van Gelderland beurtelings heersten. Totdat Bredevoort in 1597 werd ingenomen door Prins Maurits tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Vanaf dat moment was het een bestuurscentrum, dat deel uitmaakte van de Republiek der Nederlanden. Pas na de Franse tijd, in het begin van de negentiende eeuw, werd Bredevoort een zelfstandige gemeente, die korte tijd later werd samengevoegd met Aalten. Vanaf die tijd zette het verval in. Het oude bestuurscentrum had geen functie meer, leegstand was aan de orde van de dag en veel oude panden begonnen af te takelen. Ook in het begin van de twintigste eeuw had men nog weinig oog voor de historische waarde van deze panden. Eind jaren zestig begonnen de eerste particuliere restauraties; een tiental jaren later startte de belangenvereniging Bredevoorts Belang met de restauratie van meerdere panden.  En na 1985, toen het centrum van Bredevoort werd uitgeroepen tot beschermd stadsgezicht, heeft ook de gemeente Aalten samen met de woningbouworganisatie de restauratie van een aantal panden gerealiseerd. In die tijd kwamen er opeens allerlei subsidies vrij, die herstel van het oude karakter van het stadje beoogden. Zo werd het centrum opnieuw bestraat, kwam er nieuw straatmeubilair en ging Bredevoort in 1993 deel uitmaken van een netwerk van ‘Boekensteden’, met de bedoeling boekverkopers uit te nodigen zich in de monumenten te vestigen. Dat lukte: zij lokken nu toeristen naar het stadje en geven de historische stadskern zo een economische basis.’

Bodemarchief
Een deel van de subsidies voor het opknappen van de historische stadskern, werd benut voor het vervangen van de oude riolering uit de jaren dertig van de twintigste eeuw door bredere rioolbuizen met een grotere capaciteit. In 1989 gingen de rioleringswerkzaamheden van start. Een groep vrijwilligers van de Oudheidkundige Werkgemeenschap A.D.W. volgde de werkzaamheden op de voet en rapporteerde aan de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in Amersfoort  De heer Ruessink maakte deel uit van deze groep. Hij had destijds de indruk dat de werkzaamheden vlot verliepen, al verbaasde het hem dat de aannemer soms grote shovels inzette voor het afgraven van zand in de enorm smalle straatjes van het centrum. Ook vindt hij het achteraf vreemd dat men nergens damwanden optrok. Ruessink: ‘Op sommige plaatsen werden zeer diepe geulen gegraven, die bovendien nog vlak langs de monumentale panden liepen. In enkele gevallen bedroeg de afstand tussen riool en de funderingen van een monumentaal huis amper 2 meter. Ik vroeg me wel eens af of dat geen kwaad kon… Maar ja, ik ben een leek, dus heb ik mijn twijfels maar voor mij gehouden.’ Ben Helmink, eigenaar van twee panden aan de Markt (waaronder een bakkerij), sprak wel met de uitvoerder over het feit dat deze naar zijn mening rekening diende te houden met het rijke Bredevoortse bodemarchief. ‘Ik heb de uitvoerder gewezen op de aanwezigheid van grote onderaardse kelders en – vermoedelijk – ook gangenstelsels in het centrum. Bredevoort is gebouwd op een zandhoop en eerdere bebouwing ligt lager; veel keldergewelven zijn waarschijnlijk overstort met zand, zodat je ze nu niet meer ziet. Ik heb de uitvoerder gezegd dat de dichtheid van de grond onder de verschillende funderingen waarschijnlijk wisselend is en dat de diverse grondlagen een variërend watergehalte hebben. Ik vermoedde dat deze wisselende bodemgesteldheid invloed zou kunnen hebben op de manier waarop de werkzaamheden dienden te worden uitgevoerd.’ Ruessink: ‘Ook het feit dat sommige panden geen deugdelijke fundering hebben, maar gebouwd zijn op hoekstenen – grote natuurlijk gevormde keien – zou wellicht invloed moeten hebben gehad op de wijze waarop is gewerkt. Toch geloof ik niet dat er in de praktijk rekening is gehouden met ondergrondse Bredevoort.’ Het centrum van Bredevoort werd dus gewoon straat voor straat opengelegd, de riolering werd vervangen en vervolgens gingen de straten weer dicht. In 1992 was de complete klus geklaard. Toch wel tot ieders tevredenheid, zo leek het in eerste instantie.

Scheuren
Elf jaar later is er van die tevredenheid bij een aantal omwonenden niet veel meer over. Diverse monumentale panden zijn sinds 1992 dusdanig verzakt, dat ze moeten worden verstevigd. Zo klaagt drogist Theo Taken over grote scheuren in zijn hoekpand, een gemeentelijk monument van circa 200 jaar oud. Dwars over de dorpel loopt een brede spleet, de winkeldeur hangt volledig uit het lood, er verschijnen barsten in de ramen en overal in de buitenmuren lopen scheuren. Die scheuren en verzakkingen zijn ontstaan als gevolg van de rioleringswerkzaamheden, zo is de stellige overtuiging van de drogist. Taken heeft zelf diverse reparaties aan zijn pand verricht, maar is dat inmiddels aardig beu. Daarom heeft hij in september 2002 schriftelijk een klacht ingediend bij de gemeente, in de hoop dat deze hem de geleden schade zal vergoeden. Of dat gaat gebeuren, is echter voorlopig nog de vraag. ‘De brief van de heer Taken is inmiddels voorgelegd aan de verzekeraar’, zegt Henk Brinkhuis van de gemeente Aalten. ‘Die zal nu eerst experts gaan inschakelen om te onderzoeken in hoeverre de schade aan het pand van de heer Taken inderdaad het gevolg is van de rioleringswerkzaamheden. Pas als de experts hun onderzoek hebben afgerond, zullen wij meer kunnen zeggen. Wanneer het zover is, is nog niet bekend.’ ‘Dat zal dan vast nog wel een tijd duren’, vermoedt Helmink, die zelf overigens nog geen klacht heeft ingediend, al vertonen ook zijn panden grote scheuren. Zijn leeftijd (73) en de ervaringen van drie eerdere restauraties hebben hem er tot op heden echter van weerhouden. Bovendien vreest hij dat moeilijk aantoonbaar zal zijn welke verzakkingen en scheuren het gevolg zijn van de rioleringswerkzaamheden en welke van ouderdom en achterstallig onderhoud. ‘Van sommige barsten weet ik vrij zeker dat ze zijn ontstaan of verergerd door de werkzaamheden, bijvoorbeeld omdat ze ineens na die werkzaamheden verschenen en richting straatkant – waar het riool werd gelegd – overhellen. Van andere weet ik het echter niet. Dat maakt deze kwestie behoorlijk lastig. Opvallend is echter wel, dat het tempo waarin de aftakeling zich voltrekt sowieso hoger ligt sinds er een nieuw riool is. Bovendien is het waterniveau in mijn waterput  – die ruim 5 meter onder het maaiveld in onze keldergewelven ligt – de laatste jaren fors gedaald. Ook dat zou een indicatie kunnen zijn van het feit dat er hier iets niet goed is gegaan met die werkzaamheden.’ Ruessink: ‘Ik maak me simpelweg zorgen om de panden. Wat de oorzaak van dit verval ook moge zijn, één ding is duidelijk: de eigenaren zelf hebben deze schade niet veroorzaakt. Mogelijkerwijs is er tijdens de rioleringswerkzaamheden gewoon niet deskundig genoeg rekening gehouden met typisch Bredevoortse omstandigheden.’

Verschenen in: Riolering (HolaPress; 2002).

 

 

Dit artikel is 1822 keer bekeken