Training tiltechniek Koninklijke Landmacht

“Militairen kiezen vaak voor spierkracht en niet voor techniek”

Zwaar tillen is slecht voor je rug. Ook als je jong bent en bij de Koninklijke Landmacht werkt.

Het valt echter nog niet mee om deze boodschap bij de mannen van het 11 Tankbataljon van de Generaal Majoor de Ruyter van Steveninck Kazerne in Oirschot tussen de oren te krijgen. “Het zware werk moet vaak snel gebeuren. Dan is het een kwestie van gewoon even niet aan je rug denken en doorzetten”, aldus huzaar Evan Bal. Toch wil Defensie dat haar medewerkers nu juist wèl om hun rug denken. Op 24 april 2002 sloot het Ministerie van Defensie daarom het ‘Arboconvenant Fysieke Belasting Defensie’ met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Centrales van Overheidspersoneel, sector Defensie. In dit convenant zijn maatregelen opgenomen die moeten leiden tot een verbetering van de arbeidsomstandigheden op het gebied van de fysieke belasting. Voor 25 april 2005 – de einddatum van het convenant – moet die fysieke belasting meetbaar zijn teruggebracht ten opzichte van de door TNO uitgevoerde nulmeting uit 2002. En dus zijn de diverse Defensieonderdelen momenteel druk doende met de uitvoering van de in het convenant afgesproken maatregelen.

arbo vakblad

Machocultuur
Zo stuurt de Koninklijke Landmacht voor april 2005 maar liefst 6000 medewerkers naar de Training Tiltactiek, verzorgd door SpilAdvies BV, een landelijk werkend adviesbureau op het gebied van fysieke arbeidsbelasting met 20 medewerkers. De training is bedoeld om medewerkers bewust te maken van de wijze waarop ze tillen en ze te laten nadenken over manieren waarop dit ‘slimmer’ kan. “Het is de bedoeling dat we de manschappen die fysiek zware arbeid verrichten groep voor groep trainen”, vertelt Evert Scheper, stafmedewerker Arbo bij de 1ste Divisie 7 December. “Idealiter is bij die trainingen ook een leidinggevende aanwezig, die na afloop van de training – tijdens de dagelijkse routine – nog eens kan teruggrijpen op hetgeen er tijdens de training aan de orde is geweest. Gebeurt dat niet, dan bestaat de kans dat alles weer wegzakt. Maar ook om een andere reden is het van belang dat de leidinggevende present is. Door zijn aanwezigheid laat hij immers zien dat hij achter de doelstellingen van de cursus staat. Daardoor maakt hij het voor zijn manschappen makkelijker de training serieus te nemen. Want vooral jonge militairen zijn geneigd dat niet te doen. Voor de meeste jongeren is Defensie een machowereld; zij vinden nadenken over tiltactiek niet zo nodig. Deze jongeren hebben vaak de neiging om alles met spierkracht op te lossen en weinig gebruik te maken van technische hulpmiddelen of efficiënte, minder belastende tiltactieken. Logisch, want zij voelen ook nog niet zoveel pijn als ze zwaar tillen. Terwijl de tussenwervelschijf wel heel gevoelig is voor blessures door zware belasting. Deze blessures genezen nooit meer goed, maar je ervaart pas klachten als het eigenlijk te laat is.” Hans Ros, projectleider Mens en Ergonomie bij de Directie Personeel & Organisatie: “Om te voorkomen dat mensen hun rug zodanig overbelasten dat zij daar in de rest van hun leven op wisselende tijden last van kunnen krijgen, is het belangrijk dat we binnen Defensie nu eerst gaan erkennen dat fysiek zwaar werk tot klachten kan leiden. De volgende stap is dat we ervoor gaan zorgen dat de problemen herkend worden als ze zich voordoen. En daarna moeten we ze gaan terugdringen, door passende maatregelen te nemen. Bijvoorbeeld door preventieve trainingen te laten verzorgen door SpilAdvies BV. En om er zeker van te zijn dat deze trainingen deel gaan uitmaken van het gewone opleidingspakket, worden dit jaar al sportinstructeurs, fysiotherapeuten en arbokundigen van Defensie zelf opgeleid door SpilAdvies. Zij kunnen het trainingswerk van SpilAdvies al in 2004 gedeeltelijk overnemen.”

Discussie
Vooralsnog zijn het echter de trainers van SpilAdvies zelf die de Training Tiltactiek voor hun rekening nemen. En dus staat trainer Harold Korenromp, registerbedrijfsfysiotherapeut, op een dinsdagmorgen in een klaslokaal, ergens op het uitgestrekte kazerneterrein van Oirschot. Voor zijn neus zitten en hangen tweeëntwintig jongemannen van het 11 Tankbataljon. Sommigen bijzonder gemotiveerd, anderen met de gedachten duidelijk elders. Wanneer Korenromp de jongens vraagt om enkele tafels twee verdiepingen te versjouwen, om zo eens te kijken hoe dat tillen nu in de praktijk gaat en hoe het ‘slimmer’ kan, gebeurt dat met weinig animo. En ook de beamerpresentatie over verschillende tiltactieken kan niet iedereen bekoren. Wel maakt een filmpje met praktijksituaties de nodige discussie los. En dat is precies waar het om draait, aldus Korenromp. “Door samen te discussiëren over de manier waarop het werk wordt uitgevoerd, worden mensen zich veel bewuster van de risico’s waaraan ze worden blootgesteld en hoe ze daarmee willen omgaan.” Tijdens de discussie blijkt al gauw dat de ene militair de andere niet is. Zo zou de een beslist een karretje gaan halen voor het verslepen van een zware lading, terwijl de ander meent daarvoor echt geen tijd te hebben. En een derde wijst er fijntjes op dat er tijdens oefeningen of noodsituaties lang niet altijd hulpmiddelen voorhanden zijn, zodat je vanzelf op spierkracht bent aangewezen. “Dat klopt”, geeft Korenromp grif toe. “Daarom is het ook zo belangrijk dat je je bewust bent van de situatie, waarin je je bevindt. Die moet je inschatten en vervolgens bepaal je met elkaar hoe je iets gaat tillen of verslepen. Daar zijn geen vaste regels voor te bedenken. Je doet, wat mogelijk is.”

Granaat
Dan is het tijd om eens te laten zien hoe het nu daadwerkelijk staat met dat ‘risicobewustzijn’ van 11 Tankbataljon. Samen met trainer Korenromp gaan de jongens naar buiten, waar ‘hun’ Leopard-tanks gereed staan. Vervolgens demonstreren ze Korenromp een aantal van hun werkzaamheden en bekijken ze samen met de trainer of deze wellicht op minder belastende wijze kunnen worden uitgevoerd. Korporaal 1ste klasse Arno van Oeveren meent eigenlijk van niet: “De meeste werkwijzen en procedures zijn heel nauwkeurig omschreven. Bovendien maken we waar mogelijk al gebruik van hulpmiddelen. Zo gebruiken we bijvoorbeeld voor het losmaken van een deel van het achterdek – waaronder zich de motor bevindt – een hefboom. Met die hefboom takelen we het dek omhoog. Dat is best zwaar, maar ik zie niet in hoe het makkelijker zou kunnen. En dat geldt voor meerdere taken.” Korporaal Benjamin Bus is het met hem eens. Samen met huzaar Evan Bal maakt hij een pantserplaat los aan de zijkant van de tank. Bus: “Die pantserplaten wegen zo’n 90 kg per stuk, dus die haal je niet zomaar van de tank. Dat doe je alleen als de tank om wat voor reden dan ook wat smaller gemaakt moet worden. Normaalgesproken tillen we zo’n plaat altijd met z’n tweeën. We gaan een beetje door de knieën en tellen dan af, zodat we de plaat precies tegelijkertijd pakken en niet één van beiden het gehele gewicht moet opvangen.”  Ook dat is volgens het boekje, knikt trainer Korenromp tevreden. “Het valt me op dat de meeste jongens keurig werken en zich ook zeer bewust zijn van de risico’s die er verbonden zijn aan dit fysiek zware werk. Wel zijn soms nog wat kleine verbeteringen in de uitvoering van het werk mogelijk.” Bijvoorbeeld bij het tillen van granaten. Deze bakbeesten wegen tussen de 15 en 22,5 kg per stuk en “worden vastgehouden als een baby”, vertelt Evan Bal. Eén hand ligt onder de ‘billen’ en één hand onder het ‘hoofdje’ van de denkbeeldige baby. Door de granaat in die houding op te pakken, wordt het lichaam het minst belast. Bij het laden van granaten, wordt altijd door meerdere mensen samengewerkt. “Normaal gesproken doe je dat met zijn drieën”, zegt 1ste korporaal Martijn van Schie. “Een persoon staat naast de tank op de grond bij de pallet – waarop 42 granaten klaarliggen – en overhandigt de granaten stuk voor stuk aan degene die op de tank staat. Deze geeft ze door aan degene die in de tank zit en die legt de granaten in de munitiebunker.” Korporaal Daniël Tjoa: “Als je met meerdere mensen laadt en je moet wachten tot je een granaat kunt geven aan de man op de tank, is het verstandig om even door je knieën te gaan met de granaat een zittende houding aan te nemen. Anders belast je jezelf te veel.” Trainer Korenromp: “ Uitstekend! Ook hier wordt weer goed gewerkt. Alleen is men soms wat snel met het optillen van de granaten. Voor het lichaam is het beter om rustig te liften. Daar zit dus nog een verbeterpuntje.” Sowieso is tempo het grootste aandachtspunt van deze trainingsdag. De mannen van 11 Tankbataljon blijken, naarmate de training vordert, steeds meer bereid hun eigen werkwijze ter discussie te stellen en te kijken waar deze voor verbetering vatbaar is. Ze zijn zich bovendien terdege bewust van de risico’s die er kleven aan hun werk. “Alleen nemen zij niet altijd de tijd om deze risico’s daadwerkelijk te verkleinen”, zegt tankcommandant Gerard Meeusen. “Omdat ze zich die tijd niet gunnen, maar ook omdat ze soms gewoon geen tijd hebben.” Of zoals Korenromp het eerlijk verwoordt: “Goed tillen is ontzettend belangrijk, maar als je in een noodsituatie moet kiezen tussen de dood of een hernia, dan ligt de keuze voor de hand.”

Til-drill
SpilAdvies brengt de cursisten de zogenaamde til-drill bij, een soort kofschip op het gebied van de tiltactiek. Iedere letter uit het woord till-drill staat daarbij voor een stap in het afwegingsproces dat er uiteindelijk toe leidt dat de militair een verantwoorde keuze maakt voor de wijze waarop hij iets wil gaan tillen of verplaatsen. De letters t-i-l staan voor Terrein, Inschatten, Last (= til). Dit houdt in dat de militair moet beoordelen welke tilmogelijkheden hij heeft, gezien het terrein waar hij verkeert en de last die hij moet versjouwen. Het maakt immers nogal wat uit of je op een vlakke ondergrond staat, waarop je kisten kan stapelen om een accu hoog te tillen, of dat je op een heuvelachtige, onvaste grond een granaat een tank moet inwerken. Heeft het inschatten van terrein en last eenmaal plaatsgevonden, dan dient de militair zich voor ogen te houden dat hij zijn last het beste Dicht tegen zich aan en Recht voor zich uit kan houden als hij deze tilt (dat levert het minste risico op). hij deze tilt (dat kost de minste inspanning). Besluit hij samen met een collega te tillen, dan is de Inzet heel belangrijk. Dit houdt in dat beiden de last tegelijkertijd opbeuren, om te voorkomen dat het gehele gewicht van de last voor rekening van een van beiden komt. Tot slot is het belangrijk dat de militair zijn last Langzaam Lift. Want hoe sneller hij tilt, des te groter de aanslag op zijn lichaam.

Verschenen in Arbo (Kluwer, 2003).

 

Dit artikel is 1721 keer bekeken