Vrijwilligersbibliotheken

‘Een vorm van samenwerking met een professionele bibliotheekorganisatie is wenselijk’

Nu steeds meer bibliotheekvestigingen noodgedwongen hun deuren sluiten, rukt een nieuw fenomeen op: de vrijwilligersbibliotheek. De ervaringen die ermee zijn opgedaan laten zich niet eenvoudig vergelijken. In dit artikel passeren enkele voorbeelden de revue.  In veel gemeenten waar de afgelopen jaren bibliotheekfilialen wegens bezuinigingen op de nominatie stonden om gesloten te worden, sprongen inwoners op de bres voor ‘hun’ bibliotheek. Basisschool, ouderenoverleg, verenigingsleven en gemeentelijke oppositiepartijen streden zij aan zij tegen de bezuinigingsplannen van Colleges van B&W. Dikwijls tevergeefs. Veel bibliotheekfilialen werden opgeheven. Op verschillende plaatsen sprongen particulieren in het gat dat ontstond. Zij richtten nieuwe ‘bibliotheekachtige’ voorzieningen op. Soms ontstonden deze vrijwilligersbibliotheken op initiatief van burgers, soms in eendrachtige samenwerking met de professionele bibliotheek, soms namen bibliotheken het voortouw. Er lijken zich nu, grofweg, drie verschijningsvormen van de vrijwilligersbibliotheek voor te doen. Ten eerste zijn er voorzieningen die opereren onder de paraplu van een professionele bibliotheekorganisatie. Voorts zijn er initiatieven die formeel zelfstandig zijn, maar wel samenwerken met een professionele bibliotheek. En dan zijn er nog faciliteiten die geheel op zichzelf staan.

ONDER DE BIBLIOTHEEKPARAPLU
BiblioPlus
In de bibliotheken van Grave, Gennep, Mill, Bergen en Sint Anthonis worden bezoekers tegenwoordig ontvangen door vrijwillige gastheren/gastvrouwen. Zij worden aangestuurd door een beroepskracht van BiblioPlus, die zo’n tien uur per week aanwezig is op een vestiging. ‘Het besluit om vrijwilligers een veel grotere rol te geven, past in het beleidsplan 2012-2015, zegt Marly Driessens, manager bedrijfsvoering van BiblioPlus. ‘Daarin kiezen we voor accenten op de jeugd/het basisonderwijs, kwaliteit en toegankelijkheid, ook in het landelijk gebied. Die toegankelijkheid kunnen we alleen garanderen met vrijwilligers. Met beroepskrachten alleen lukt dat niet meer: de bezuinigingen noopten ons tot de uitstroom van dertien vaste professionals en tien tijdelijke krachten en tot het besparen op huisvestingskosten. Besloten is om de vestigingen in Cuijk en Boxmeer om te vormen tot plusbibliotheken, gedraaid door vooral betaalde medewerkers. Verder hebben we met alle 63 basisscholen in ons werkgebied afgesproken dat zij een Bibliotheek op School krijgen. De jeugdcollecties zijn verhuisd naar de scholen, zodat de vrijgekomen ruimtes in de bibliotheken verhuurd kunnen worden.’ De bibliotheekvrijwilligers zijn geworven via artikelen in de krant, posters, websites, de nieuwsbrief, voorlichtingsavonden. ‘We hebben vooral veel vrouwelijke vijftigplussers gevonden, maar ook jongere mensen, die dit werk soms naast een baan doen. Velen hebben een hbo-achtergrond’, vertelt Driessens. ‘Iedereen werkt minstens vier uur per week, zodat we het aantal openingsuren ongeveer gelijk kunnen houden.’ De vrijwilligers ontvangen klanten, zorgen dat de ruimte schoon en opgeruimd is, helpen bij het reserveren en bij inname en uitlenen van boeken en beantwoorden eenvoudige vragen. ‘Lastige inhoudelijke of bibliotheektechnische vragen worden beantwoord door de ‘achtervang’ in Cuijk en Boxmeer, die altijd bereikbaar is via telefoon, e-mail of beeldspraakverbinding’, aldus Driessens. Voordat de vrijwilligers van start gingen, volgden ze eerst een training BicatWise. De eerste vrijwilligersclub startte in Mill in maart/april 2012, in het voorjaar van 2013 ging de laatste groep van start (in Grave). ‘De ervaringen waren steeds vergelijkbaar’, vertelt Driessens. ‘Klanten waren aanvankelijk boos dat we de betaalde krachten “eruit gegooid” hadden. Het is belangrijk dat je de keuzes die zijn gemaakt goed toelicht. Na verloop van tijd verandert de houding en komt er begrip en sympathie voor de vrijwilligers. En blijdschap dat de bibliotheekvoorziening overeind is gebleven. Ook de vrijwilligers zelf hebben hun draai na een aantal maanden meestal gevonden. Zij krijgen dan een vrijwilligersovereenkomst, die bij wederzijdse tevredenheid steeds met een jaar wordt verlengd.’

CODA
Geconfronteerd met forse bezuinigingen, moest CODA Bibliotheek ongeveer 30 procent van de formatie inkrimpen en vier bibliotheekfilialen in Apeldoorn en omgeving sluiten. Ter vervanging zijn er vier Jeugd- en Buurtbibliotheken (voor senioren die minder mobiel zijn) opgericht – in samenwerking met het Protestants Christelijk Basis Onderwijs (PCBO) en Ugchelens Belang – die sinds augustus 2012 ‘in bedrijf’ zijn. De Jeugd- en Buurtbibliotheken zijn ondergebracht in basisscholen en wijkcentra. Ze beschikken elk over een collectie van ongeveer vierduizend banden en zijn verbonden met het landelijke digitale netwerk. Deze bibliotheken maken gebruik van selfserviceapparatuur voor inname en uitleen, openingsuren zijn ongeveer gelijk gebleven. Voor taken als openen, sluiten, schoonmaak en bedrijfshulpverlening is de school/ het buurthuis verantwoordelijk. ‘De bibliotheekvrijwilligers treden op als gastvrouw/gastheer. Zij helpen de klanten zoveel mogelijk zelf. Lukt dat niet, dan kunnen ze gebruikmaken van een telefoon met voorgeprogrammeerde nummers om bibliothecarissen van CODA te bellen’, vertelt Hans de Visser, secretaris van Ugchelens Belang (de vereniging die zich heeft ingezet voor het behoud van een bibliotheekvoorziening voor ouderen in Ugchelen). ‘In de praktijk wordt er alleen gebeld als de computer het niet doet.’ De Jeugd- en Buurtbibliotheken van CODA lenen niet alleen uit, ze organiseren ook activiteiten. ‘Maar alleen in samenwerking met andere partijen, zoals een school of vereniging. Er moet sprake zijn van tweerichtingsverkeer, anders is het niet meer te financieren’, aldus Carin Reinders, directeur-bestuurder van CODA. In augustus 2013 zal het functioneren van de Jeugd- en Buurtbibliotheken worden geëvalueerd. Reinders constateert al voorzichtig dat het ontbreken van een vakman of -vrouw weinig problemen lijkt op te leveren. Verder signaleert ze dat senioren de weg naar de Buurtbibliotheek nog beter moeten leren vinden, dat veel dertigers en veertigers lijken af te haken, maar dat kinderen juist meer lenen. De Visser hoopt dat het Ugchelen zal lukken de Buurtbibliotheken ook de komende jaren open te houden: ‘De bibliotheek zetelt in het dorpshuis en moet bijdragen aan huur, elektra, gas. Hopelijk kunnen we genoeg subsidiepotten en sponsors vinden.’

Servicepunt Voorhout
Ook het bibliotheekservicepunt Voorhout, onderdeel van Bibliotheek Bollenstreek, draait op vrijwilligers sinds januari 2013. ‘We wilden de vestiging aanvankelijk sluiten, omdat we 300.000 euro moesten bezuinigen’, zegt bibliotheekdirecteur Hans Portengen. ‘De gemeenteraad zag dat niet zitten. De bezuiniging werd teruggebracht naar € 250.000 en er kwam een servicepunt, gericht op jeugd tot dertien jaar en ouderen. Het is zestien uur per week open en wordt bemenst door vijf vrijwilligers, onder professionele coördinatie. De vrijwilligers, die we vonden via advertenties in de lokale krant, hebben een intentieovereenkomst getekend, waarin ze onder meer beloven zich te conformeren aan onze gedragscode. Ook is daarin vastgelegd dat ze WA-verzekerd zijn en dat ze een reiskostenvergoeding krijgen, indien van toepassing.’ Portengen is te spreken over de ‘vrijwilliger-nieuwe-stijl: ‘Het gaat om hoogopgeleide, vitale mensen die al een loopbaan achter de rug hebben en een schat aan ervaring en tijd meebrengen. Ze zijn heel enthousiast van start gegaan. Over drie jaar evalueren we of deze aanpak werkt.’

Oldambt
Het voorbeeld van BiblioPlus, Voorhout en CODA krijgt wellicht navolging in Oldambt (Groningen). Daar zijn vorig jaar twee vestigingen omgebouwd tot servicepunten, die nu misschien worden gesloten vanwege een voorgenomen bezuiniging van twee ton. In reactie op die plannen worden er momenteel twee vrijwilligersbibliotheken in de steigers gezet door de dorpsbelangenverenigingen van de kernen Nieuwolda en Bad Nieuwschans. ‘Wij doen ons uiterste best om de bieb in de benen te houden’, zegt kunstschilder Anthon Meijsen, secretaris van Dorpsbelang Nieuwolda. ‘Ook, omdat in Nieuwolda en Bad Nieuweschans de bibliotheek in het dorpshuis zit. Als de bibliotheek verdwijnt, staat het voortbestaan van het dorpshuis op de tocht. Om dit te voorkomen, hebben we een steunstichting opgericht die gaat zorgen voor de betaling van huisvestingskosten en vaste lasten. Er zijn talloze ideeën om geld te genereren: verhogen van het abonnementsgeld, werven van tientjesleden, leefbaarheidsgelden inzetten, muzikale benefietavonden organiseren, sponsoring. Het bestuur bestaat uit bibliotheekvrijwilligers en vertegenwoordigers van Dorpsbelangen. Er zijn al gesprekken gevoerd met Biblionet en met wethouder Bard Boon. Afgesproken is dat we voor 1 juli 2013 met een plan van aanpak komen. Daar werken we nu hard aan, samen met Biblionet Groningen.’ Alian Spelde, manager bibliotheken bij Biblionet: ‘Wij hebben een eerste financiële raming gemaakt. Uitgaand van een collectie van ongeveer 3500 boeken, geen huisvestingskosten, een selfservicepunt met vrijwilligers die een beroep doen op onze professionele backoffice, komen we op ongeveer 20.000 euro per jaar. Voor dat bedrag blijft de bibliotheek gekoppeld aan Biblionet; leden kunnen met hun abonnement lenen en reserveren uit de totale provinciale collectie en gebruikmaken van de landelijke digitale infrastructuur. De vrijwilligers ontvangen de klanten, ruimen op, zorgen voor een goede presentatie van de boeken, helpen – wanneer nodig – bij het reserveren en uitlenen van boeken en beantwoorden eenvoudige vragen.’

Servicepunten wegbezuinigd
Bibliotheek Montferland had voorheen ook drie door vrijwilligers gerunde servicepunten: eentje in Loil, een in Zeddam en eentje in Beek. ‘In 2011 werden deze servicepunten alsnog wegbezuinigd: backofficekosten automatiseringskosten, kosten voor media, huur, water, gas en dergelijke konden als gevolg van bezuinigingen niet meer worden opgebracht’, aldus bibliotheekmedewerker Petra Klop. Ook vrijwilligers kunnen de ‘ondergang’ van uitleenvoorzieningen dus niet altijd stoppen.

EEN LOS SAMENWERKINGSVERBAND

Bibliobeek
Een zelfstandige vrijwilligersbibliotheek die een samenwerking is aangegaan met een professionele bibliotheekorganisatie is Bibliobeek in Vierlingsbeek. Toen BiblioPlus in 2011 aankondigde de bibliotheekvestiging in dit dorp te vervangen door een Leespunt, meldde zich een initiatiefgroep met het verzoek de bibliotheek zelf te mogen runnen (zie Bibliotheekblad 3, 2012). Inmiddels staat Bibliobeek zo’n anderhalf jaar op eigen benen. Het aantal uitleningen bleef stabiel, het aantal leden steeg zelfs ten opzichte van 2011. ‘Ook is de bibliotheek vaker open dan vroeger: doordeweeks dagelijks van 14.00-17.30 uur en op zaterdag van 10.00-13.00 uur’, vertelt Juul de Bont, voorheen onder meer projectleider G!DS en vestigingsmanager bij BiblioNu, tegenwoordig verantwoordelijk voor de aansturing van de circa 25 vrijwilligers van Bibliobeek en de contacten met BiblioPlus. Want er is nog steeds een betaalde samenwerking: Bibliobeek heeft aansluiting op het fysieke en digitale bibliotheeknetwerk en BiblioPlus zorgt voor de collectievernieuwing. De samenwerkingsafspraak behelst dat er honderd nieuwe boeken per jaar voor de volwassenen worden geleverd en 170 jeugdboeken. De overige kosten komen voor rekening van de Stichting Bibliobeek: huur van het pand, gas, licht, water. De Bont vertelt dat Bibliobeek, naast het runnen van de bibliotheek, ook de doelstelling heeft om leefbaarheidsinitiatieven te ontwikkelen: ‘Onlangs zijn we bijvoorbeeld gestart met de actie “Gif Ut Dur”. Hierbij kunnen dorpsbewoners tegen een geringe vergoeding een dienst afnemen bij talentvolle dorpsgenoten. De een geeft bijvoorbeeld een cursus ‘social media’, de ander kookles. Een kaartje kost vijf euro; het bedrag komt ten goede aan de bibliotheek.’ Het project is genomineerd voor de Kroonappels van het Oranje Fonds, waarmee uiteindelijk 50.000 euro te verdienen valt. Ook een ander project van Bibliobeek (samen met Vivara Natuurbeschermingsproducten) is genomineerd. ‘De bibliotheek werd in Vierlingsbeek een symbool van het dorpsgevoel, dat leeft bij jong en oud’, zegt De Bont. ‘Ze organiseert activiteiten, zoals voorlezen, en werkt samen met lokale clubs, zoals de heemkundevereniging. Dorpsbewoners voelen zich met de bibliotheek verbonden: zo’n duizend adressen schenken ons jaarlijks – met een machtiging van drie jaar – tien euro. Dat is ruim 10.000 euro! Dit komt voor bibliotheekleden boven op het lidmaatschapsgeld dat naar BiblioPlus gaat. Ook lokale ondernemers doen een duit in het zakje.’ De Bont denkt dat het succes van een vrijwilligersbibliotheek staat of valt met enthousiaste vrijwilligers ‘die er bovenop zitten’. ‘Ook een groot netwerk is belangrijk. Het helpt dat er in ons werkgebied van circa 4500 inwoners een bloeiend verenigingsleven is, zodat bibliotheek en verenigingen samen kunnen optrekken bij het organiseren van – betaalde – activiteiten. Voor de kwaliteit van het bibliotheekwerk is de relatie met BiblioPlus essentieel. Ik geloof niet zo in bibliotheekvoorzieningen waarbij mensen zelf boeken inbrengen, die anderen dan weer lenen. We hebben hier ook een ruilbeurs, maar dan zie je toch dat de actuele en echt goede boeken niet worden gedoneerd.’

OP EIGEN BENEN
Leencafé Assen
Er zijn ook bibliotheekachtige voorzieningen ontstaan die op geen enkele wijze verbonden zijn aan een professionele bibliotheekorganisatie, zoals Leencafé Assen. ‘Toen twee bibliotheekfilialen hier gingen sluiten, heeft inwoner en communicatieadviseur Teresa Kloosterhuis een actie opgezet om een Leencafé te starten’, vertelt Thilla Franken, bestuurslid van de Stichting Leencafé Assen (opgericht in oktober 2011) en CDA-raadslid. ‘Aanvankelijk is hierover nog contact geweest met Bibliotheek Assen, maar dat liep niet zo lekker. Wel hebben we boekenkasten en een deel van de collectie kunnen overnemen toen we in maart 2012 startten.’ Hanneke Veen, directeur van Bibliotheek Assen: ‘We zaten zelf net in een reorganisatie met gedwongen ontslagen. Het was op dat moment te veel gevraagd om mee te denken en werken aan een particulier initiatief – dat lijkt me niet meer dan logisch. Onze bereidheid om kasten en een deel van de collectie over te doen, duidt naar mijn mening wel op meer dan bereidheid om het Leencafé met open vizier tegemoet te treden, gegeven de omstandigheden.’ Leencafé Peelo is gevestigd in een wijkcentrum, Leencafé Vredeveld was oorspronkelijk ondergebracht bij een speeltuinvereniging. ‘De achterliggende gedachte was dat mensen die lid werden van deze vereniging direct ook lid zouden zijn van de bibliotheek. Dat werkte niet goed’, zegt Franken. ‘Daarom is dit Leencafé verhuisd naar woonzorgcentrum De Vijverhof. Een goede zet, want alle ouderen werden meteen lid.’ Een lidmaatschap kost vijftien euro voor volwassenen, kinderen zijn gratis. De twee Leencafés beschikken samen over een collectie van ongeveer vierduizend boeken. ‘Mensen kwamen tassen vol brengen. Twee van onze vrijwilligers, die vroeger een bibliotheekopleiding hebben gedaan, coördineerden de selectie en registratie van de boeken. Ook is er software aangeschaft om de uitleningen bij te houden.’ De Stichting Leencafé kreeg subsidie van het Oranjefonds, NL Doet en de Rabobank. Het meeste geld is bedoeld om de sociale cohesie en leefbaarheid te bevorderen. ‘Dat doen we door bijvoorbeeld een Boekenbalfeest te organiseren of een Gedichtendag’, vertelt Franken. ‘Niet alle vrijwilligers vinden dit leuk om te doen; sommigen voelen zich vooral aangetrokken tot het uitlenen van boeken.’ Sowieso merkt ze na een jaar dat een aantal vrijwilligers minder gemotiveerd is; enkelen zijn afgehaakt. ‘Ook omdat het nog geen storm loopt’, denkt ze. ‘We hebben pas zestig leden. Nu komt het eropaan om door te zetten, te blijven pionieren, ook als het eens tegenzit.’ Franken vermoedt dat nog steeds best veel wijkbewoners naar de bibliotheek in het centrum van Assen gaan. Zij hoopt dat het gesprek met Bibliotheek Assen over samenwerking weer hervat kan worden. ‘We komen elkaar toch tegen, bijvoorbeeld in vergaderingen op de brede school, waar we allebei actief zijn. Laten we kijken waar we elkaar kunnen aanvullen.’ Veen: ‘We hebben de opdracht vanuit de gemeente om samen te werken met het onderwijs; hier dient de gemeente ook duidelijk te zijn over de rol van een Leencafé ten opzicht van de Bibliotheek Assen in bredeschoolverband.’

De Straap, Helmond
We gaan voorlopig door. Misschien dat we in de nabije toekomst nog wel zes extra boekenkasten gaan plaatsen. Waarom niet? Dit drukt niet op het schoolbudget, je maakt er veel wijkbewoners blij mee en de kinderen gaan meer lezen. Wat wil je nog meer?’

Leeszaal Rotterdam West
In Rotterdam West openden particulieren een leeszaal-nieuwe-stijl, nadat het wijkfiliaal van de bibliotheek Rotterdam de deuren definitief sloot. De Leeszaal, die gevestigd is in een oude hammam, wordt gedreven door circa 55 vrijwilligers; er is nog een reservelijst van zo’n 100 gegadigden. ‘De vrijwilligers zijn geselecteerd op gastvrijheid’, zegt filosoof/bestuurskundige Maurice Specht, een van de initiatiefnemers. ‘Kennis van boeken of bibliotheekvaardigheden zijn niet vereist. Toch hebben zich wel mensen gemeld die veel met boeken of bibliotheken hebben, zoals een ex-boekhandelaar en een voormalig bibliothecaris, die onze basiscollectie nu invoert op LibraryThing.nl.’ De collectie omvat zo’n 3500 boeken, allemaal krijgertjes. Het aanbod is divers: thrillers, hedendaagse literatuur, klassiekers, buitenlandse literatuur, non-fictie. Een uitleensysteem is er niet: bezoekers – zo’n veertig per dag – mogen een boek naar keuze meenemen en houden. Alleen de boeken uit de basiscollectie, zo’n tweehonderd bijzondere werken, ziet de Leeszaal graag terug. Bezoekers kunnen ook bij de Leeszaal terecht om kranten te lezen of om te werken aan een computer (en met wifi). Verder organiseert de Leeszaal evenementen, zoals literaire maaltijden, debatten, zzp-ontbijten, kinderactiviteiten. Het duurde ongeveer een jaar om de Leeszaal van de grond te krijgen. Maurice Specht en Joke van der Zwaard stonden aan de wieg; inmiddels bestaat de kerngroep uit zes personen. ‘Daarnaast hebben veel mensen gratis een bijdrage geleverd: er is een website gebouwd, we kregen prachtig meubilair, een professional ontwierp de inrichting, een grafisch ontwerper het logo en posters, de buurvrouw opent de Leeszaal elke morgen om 10.00 uur’, somt Specht op. ‘Verder hebben we subsidie gekregen van Stichting Doen, die nieuwe ontmoetingsplekken in de stad wil financieren.’ Volgens Specht heeft een initiatief als de Leeszaal alleen kans van slagen als er een netwerk is van actieve betrokkenen, die niet alleen inzet en goede wil meebrengen, maar ook vakmanschap. ‘Dan kan er een plek ontstaat die aantrekkelijk en uitnodigend is en ambitie uitstraalt. Daarmee haal je het beste in mensen naar boven.’ De Leeszaal kan met de huidige projectfinanciering een jaar vooruit. ’Willen we het daarna continueren, dan moeten we andere vormen van inkomsten zoeken. Financieringsstructuren hiervoor zijn onbekend zijn/ontbreken. Het scheelt dat Woonstad, de corporatie van wie het pand is, een “maatschappelijke huur” berekent.’ Specht sluit niet uit dat de Leeszaal Rotterdam West op termijn toenadering zoekt tot de bibliotheek Rotterdam. ‘Maar eerst willen we beter uitvinden wie we zelf zijn en wat we kunnen betekenen, zodat we kunnen zien waar we elkaar, vanuit onze eigenheid, kunnen versterken.’ Mart Toet, directeur Bibliotheek Rotterdam: ‘We hebben al wel de afspraak dat we zullen kijken of onze afgeschreven boeken of oude boekenkasten wellicht richting de Leeszaal kunnen. Ik geef ze graag door aan een bevriende club, die veel positieve energie in een wijk genereert. Want zo zien wij de Leeszaal. Niet als een bedreiging. Net als de bibliotheek, wil de Leeszaal bereiken dat mensen meer gaan lezen. Als professionele bibliotheek doen we echter veel meer. We hebben een bredere, completere collectie en vervullen veel andere belangrijke taken, bijvoorbeeld richting het basisonderwijs. Dat kunnen wij prima duidelijk maken richting gemeente. Ik ben niet dan ook niet bang dat er nog meer bezuinigd gaat worden op het bibliotheekwerk vanuit de gedachte dat particulieren ons werk dan wel zullen overnemen. Ik beschouw de Leeszaal vooral als een mooie aanvulling op de bibliotheek.’

FlexBieb IJburg
Ook in Amsterdam namen burgers het heft in eigen handen. Woensdag 10 april opende de FlexBieb in de wijk IJburg haar deuren, in bijzijn van Hans van Velzen, directeur van de OBA. De bibliotheekvoorziening in IJburg is opgericht, omdat IJburg geen eigen bibliotheekfiliaal heeft. ‘Alleen een mooi kinderbibliotheekje, dat alleen op woensdagmiddag geopend is’, zegt initiatiefnemer Joris Vermeulen. De organiserende partij is de lokale stichting Geyser, die zich toelegt op ‘creatie en communicatie voor wereldverbetering’. In een centraal gelegen pand van circa 150 vierkante meter – gesponsord en gesubsidieerd door de drie plaatselijke woningcorporaties de Key, Ymere en de Alliantie en stadsdeel Amsterdam-Oost – richtten de stichting samen met wijkbewoners een FlexBieb in met een leeszaal (waar een kopje koffie/thee genoten kan worden), een aantal vaste computers, wifi-werkplekken, een kopieerapparaat. Buurtbewoners, maar ook uitgeverijen en andere partijen, doneerden boeken. ‘De collectie omvat nu ongeveer tweeduizend banden, vooral literatuur uit de afgelopen twee decennia’, vertelt Vermeulen, die naast zijn inzet voor stichting Geyser werkzaam is als literair vertaler en tekstschrijver.  Een bevriende ict’er maakte een catalogus en een uitleensysteem (beschikbaar via het IJburgse portaal www.halloijburg.nl) voor de FlexBieb, die veertig uur per week is geopend en draaiende wordt gehouden door ongeveer 25 vrijwilligers, veelal gepensioneerde wijkbewoners. Kinderen tot en met zeventien jaar kunnen gratis lid worden, volwassenen betalen een tientje per jaar. ‘Het doel is dat we hier een zo professioneel mogelijke uitleenvoorziening gaan neerzetten, in een prettige, door professionele vormgevers ontworpen ontmoetingsruimte’, zegt Vermeulen. ‘Maar als de Openbare Bibliotheek Amsterdam te zijner tijd besluit om hier toch een vestiging te openen, dan zullen we onze deuren vermoedelijk sluiten.’ Van Velzen: ‘De bibliotheek voor IJburg zit al een hele tijd in de planning; er is geld voor gereserveerd. Doordat de ontwikkeling van IJburg echter sterk is vertraagd door de economische crisis en er daardoor nog niet zoveel mensen wonen als verwacht, hebben we de bibliotheekvestiging nog niet kunnen bouwen. Het is begrijpelijk dat bewoners dit jammer vinden en zelf het initiatief hebben genomen om een voorziening in te richten. In de loop van volgend jaar gaat de OBA wel een tijdelijke behuizing van driehonderd vierkante meter neerzetten in IJburg, in aanloop naar het nieuwe filiaal.’

BibliotheekBlad

GROOTSTE GEMENE DELER
Hoe lastig het vanwege de grote onderlinge verschillen ook is om de vrijwilligersbibliotheken onder een gemeenschappelijke noemer te brengen, toch zijn er enkele overeenkomsten. Zo zijn alle particuliere initiatieven een antwoord op het verdwijnen van een professionele bibliotheekvestiging uit de dorpskern/wijk als gevolg van gemeentelijke bezuinigingen. Ook richten ze zich vooral op het uitlenen van boeken en organiseren ze daarnaast activiteiten, vaak in samenwerking met het lokale verenigingsleven. Andere bibliotheektaken – rondom leesbevordering, mediawijsheid of het bestrijden van taalachterstanden – worden niet structureel opgepakt. Kartrekkers van de vrijwilligersbibliotheken zijn meestal betrokken burgers, die veel tijd en kennis in het project hebben gestoken en beschikken over een behoorlijk netwerk, dat ze goed weten te mobiliseren. Bovendien weten ze hoe ze geldbronnen bij stichtingen en fondsen kunnen aanboren. Opvallend is ook, dat de initiatiefnemers vaak behoorlijk wat professionele expertise inbrengen: ze zijn (voormalig) bibliothecaris, basisschooldirecteur, kunstenaar, vertaler, filosoof/bestuurskundige, communicatieadviseur, raadslid. Tot slot valt op dat de meeste vrijwilligersbibliotheken een vorm van samenwerking hebben met een professionele bibliotheek of dit ambiëren. Professionele bibliotheken die niet samenwerken met uitleenvoorzieningen van particulieren lijken niet negatief, maar eerder afwachtend of gematigd positief te staan tegenover deze initiatieven. Wat betreft de inzet van vrijwilligers in de eigen organisatie: bibliotheken beschouwen dit vaak als noodzakelijk om het voortbestaan van een bibliotheekvoorziening in een gemeenschap te garanderen. De inzet van professionals wordt in de praktijk niet erg gemist, denken zij, doordat de vrijwilligers goed functioneren en te allen tijde een beroep kunnen doen op een professionele achterwacht.

Onderzoek
Cubiss onderzocht de inzet van vrijwilligers door bibliotheken (Werken met vrijwilligers… géén kinderspel, 2012). De stormachtige ontwikkelingen van het laatste jaar zijn nog niet meegenomen in het rapport, maar toch constateert Cubiss ook al dat bibliotheken vrijwilligers niet alleen inzetten voor aanvullende (maatschappelijke) taken, maar ook puur om de dienstverlening van de bibliotheek overeind te houden. De meerderheid van de bibliotheken (85 procent) geeft aan met vrijwilligers te werken. Zij worden ingezet voor diverse taken: voorlezen, inname en uitleen van materialen, facilitaire klussen, begeleiding van activiteiten. In de meeste gevallen worden de vrijwilligers gecoördineerd door speciaal hiervoor aangestelde medewerkers. Bijna alle bibliotheken hebben een vrijwilligersbeleid. Ongeveer veertig procent peilt de scholingsbehoefte van vrijwilligers. Vrijwilligers willen vooral meer weten over klantvriendelijkheid en over Bicat/Vubis. Bijna zeventig procent van de ondervraagde bibliotheken is tevreden over de vrijwilligers; toch ervaart veertig procent (soms) weerstand tegen hun inzet. Van de ondervraagden meent 63 procent dat het werk dat verricht wordt door betaalde krachten van hoger niveau is.

Verschenen in: Bibliotheekblad (2013).

Dit artikel is 1508 keer bekeken