Restauratie Rijnkelders

Wortels van de stad blootgelegd

De Rijnstraat. Zo op het oog een doodgewone, moderne winkelstraat in hartje Arnhem. Een nadere blik op de straat leert echter dat hier iets bijzonders aan de hand is: ondergronds bevindt zich nog een andere, verborgen wereld. Hier is het verleden tot leven gewekt in 39 vakkundig gerestaureerde kelders uit de dertiende, veertiende en vijftiende eeuw.

Een eerste indicatie dat er onder de straat iets bijzonders aan de hand is, geven de entrees in de koekoeken op straatniveau. In sierlijke letters lezen we daar onder meer: ‘kelder, eerste helft veertiende eeuw’. Nieuwsgierig geworden dalen we af. Wat meteen opvalt: de kelders zien er netjes uit. In één oogopslag is duidelijk dat ze recentelijk een fikse opknapbeurt hebben gehad. ‘Had je de kelders vijf jaar geleden bezocht, dan had je een heel ander beeld gekregen’, vertelt projectleider Robert Bossenbroek van de Koninklijke Woudenberg Ameide bv. ‘De meeste kelders waren toen niet in gebruik en lagen volgestort met puin en allerhande troep. Ruim 120 containers afval zijn eruit gekomen. Pas toen we die rotzooi hadden weggewerkt, kregen we zicht op de eigenlijke pracht van de kelders en konden de echte restauratiewerkzaamheden beginnen.’ Gedurende deze werkzaamheden gingen de restaurateurs gelijk op met het archeologenteam van de gemeente Arnhem. Toch kwamen er niet veel archeologische bijzonderheden uit het puin naar boven, vertelt Bossenbroek: ‘Ingemetselde skeletten of grote schatten zijn hier niet gevonden. Wel veel beenderen, scherven aardewerk, vingerhoedjes en dat soort spul. Interessant, maar niet wereldschokkend.’

Oppepper
Dat de kelders een tweede leven wordt gegund, is te danken aan de gemeente Arnhem. Midden jaren negentig liet deze de ouderdom en bouwhistorische waarde van de kelders onderzoeken. De resultaten van het onderzoek wezen uit dat restauratie wenselijk was. Nadat ook het College van B&W en de gemeenteraad zich achter deze opvatting hadden geschaard en er gemeentelijke, provinciale en Europese subsidies waren aangeboord, kon het werk bijna van start gaan. Maar eerst moesten nog de particuliere eigenaren van de kelders worden overtuigd van het nut van deelname aan het project. Bossenbroek ‘Voor hen had het natuurlijk best wat consequenties. Zo kwamen er vier centrale toegangen tot de kelders, waarvan een zelfs met lift, en konden de winkeliers en bewoners vanwege brandveiligheidsredenen niet meer vanuit hun eigen panden de kelders in. Toch waren de meeste particulieren enthousiast over het project. Niet zozeer vanwege het cultuurhistorische belang ervan, maar vooral ook omdat de opknapbeurt van de kelders naar verwachting een economische impuls zou geven aan de Rijnstraat. Deze straat, die aan de rand van het centrum ligt, kon wel een extra oppepper gebruiken.’ In 1999 waren de meeste eigenaren overstag en kon met het werk worden begonnen.

Authenticiteit
Bij de restauratie stond steeds het behoud van het culturele erfgoed voorop. Architect Job Roos: ‘De Europese subsidieverstrekker beschouwde de kelders gezamenlijk als een monumentaal geheel. Om die reden is de restauratie van de kelders niet afzonderlijk aangepakt, maar als één groot project. Er is voor gekozen de kelders aan weerszijden van de Rijnstraat onderling middels een tunnel te verbinden. Daardoor is het grootste keldercomplex van Nederland ontstaan. We hebben echter wel geprobeerd de individuele aard van elke kelder afzonderlijk te respecteren. In de praktijk betekende dit bijvoorbeeld dat de niveauverschillen tussen de diverse ruimten intact zijn gelaten. Ook hebben we ervoor gekozen om de oorspronkelijke materialen zoveel mogelijk te handhaven. Dat betekent dat sommige kelders een betonvloer hebben, terwijl in andere kloostermoppen liggen. Ook houdt dit in dat we sommige wanden, die met een kalklaag waren bedekt, alleen hebben schoon gebikt, maar niet helemaal ‘schoongepoetst’. Door wat kalkresten te laten zitten, tonen we de lange geschiedenis van de kelders. Om recht te doen aan het historische karakter van de kelders, zijn we verder heel zorgvuldig te werk gegaan bij het maken van de doorgangen die de ruimeten met elkaar verbinden. Deze zijn steeds zo gekozen, dat de authenticiteit van de kelders zoveel mogelijk overeind bleef en we geen oorspronkelijke materiaal, bijvoorbeeld in de vorm van kaarsnisjes, hoefden op te offeren. Overigens hebben we deze nieuwe doorgangen wel heel eigentijds vormgegeven: als rechthoekige poortjes. De oorspronkelijke doorsteken zijn boogvorming. Op die manier laten we de moderne toevoegingen die we hebben gemaakt, duidelijk zien. Qua materiaalkeuze zijn we wel dicht bij het oorspronkelijke ontwerp gebleven: er is steeds gekozen voor natuurlijke materialen.’

Exploitatie
Hoewel de conservatie en het toegankelijk maken van het monumentaal erfgoed voorop stonden bij de werkzaamheden, hoopte de gemeente Arnhem de Rijnstraat ook een bredere economische basis te geven door de kelders een nieuwe jas te schenken. Kunst, cultuur, horeca’s en winkels zouden een plekje onder de grond moeten krijgen. Vooralsnog hebben echter alleen kunstenaars en cateraars hun weg naar de kelders gevonden en wordt nog naar verder exploitatiemogelijkheden gezocht. Desondanks blijken de kelders toch een stimulans te zijn voor de straat: de rondleidingen die er worden verzorgd, trekken steeds aardig wat mensen en bovengronds ontwikkelt men, aangestoken door het ondergrondse enthousiasme, plannen om de panden een facelift te geven. ‘De straat is er beslist niet slechter van geworden’, concludeert Bossenbroek.

Verschenen in: Stedenbouw (Control Media; 2002).

 

Dit artikel is 1140 keer bekeken