Asbest in de bodem

Asbestsignaleringskaart
Precieze aantal asbestcement buizen in bodem onbekend

Sinds 1993 is het werken met asbest wettelijk verboden. Er zit echter nog veel asbest in oude gebouwen en in de bodem. Ook in de vorm van asbestcement buizen in het rioolstelsel. Maar hoeveel kilometer dergelijke buizen ligt er eigenlijk nog in Nederland?  En waar liggen ze precies?

Historisch onderzoeksbureau ReGister ontwikkelt een methode om asbestlocaties in beeld te brengen. Riolering doet hiervan verslag in twee delen. In dit nummer: de succesvolle opmars van asbest.
Dat de sporen van asbest overal in de vaderlandse bodem terug te vinden zijn, is genoegzaam bekend bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM). Waar die sporen zich bevinden en hoe bedreigend zij precies zijn voor de volksgezondheid en het milieu, is echter nog een vraagteken. Om de omvang en risico’s van asbestverontreiniging in de bodem in kaart te brengen, gaf Bodem+ (de uitvoeringsorganisatie van VROM inzake de bodemsaneringsoperatie) historisch onderzoeksbureau ReGister de opdracht om gegevens te verzamelen over de mogelijke aanwezigheid van asbest in de bodem.

Asbestsignaleringskaart
ReGister werkt momenteel  aan een zogenaamde ‘asbestsignaleringskaart’. Op deze kaart wordt aangegeven waar zich asbestlocaties bevinden. Projectmanager Sible Harmsma van ReGister legt uit: ‘Ons onderzoek is erop gericht de omvang van de asbestproductie- en toepassing te bepalen. Eerst definiëren we aandachtsgebieden. Dit zijn gebieden waar de kans op de aanwezigheid van asbest in de bodem groot is. Denk bijvoorbeeld aan de omgeving van grote asbestfabrieken. Maar ook aan boerderijen, bedrijfshallen, schuren, rioleringen en andere leidingen waarin asbest is toegepast. Door deze aandachtsgebieden eerst af te bakenen, wordt het mogelijk om middels archiefonderzoek in bestekken en bouwvergunningen het gebruikte asbest nader in beeld brengen. Vervolgens kun je gerichter bodemonderzoek doen.’ Eind 2005 moet de eerste opzet voor de asbestsignaleringskaart gereed zijn. De methode die ReGister gebruikt bij het opstellen van de kaart dient dan bovendien overdraagbaar te zijn aan de bevoegde overheden, zodat zij de mogelijkheid hebben om een dergelijke kaart voor hun eigen grondgebieden samen te stellen.

Opmars
Inmiddels heeft ReGister de opmars van asbest in Nederland al aardig in beeld gebracht. Onderzoeker Carlo van den Berg van ReGister: ‘Uit diverse bronnen hebben we kunnen afleiden dat asbestcement buizen in de jaren dertig van de vorige eeuw vaste voet aan de grond kregen in Nederland. Zo schrijft bijvoorbeeld het vakblad Water en Gas in 1930 voor het eerst over de mogelijkheid om asbestcement te gebruiken voor het waterleidingnet. Het gemeentelijk waterleidingbedrijf in Den Bosch neemt vervolgens de proef op de som en legt een proefstuk van vierhonderd meter asbestcement buizen. Blijkbaar slaat dat experiment aan, want twee jaar later incorporeert de Waterleiding Maatschappij Overijssel N.V. al elf kilometer in haar leidingennet. De buizen die daarvoor gebruikt werden, importeerde het bedrijf waarschijnlijk uit België. Pas vanaf 1937 worden naadloze asbestcement buizen ook in Nederland gefabriceerd en wel door Eternit te Goor, dat uitgroeide tot de voornaamste asbestcementproducent van Nederland.’ In 1943 lag er ruim tweeduizend kilometer aan asbestcement buizen in de bodem, maar pas vanaf 1945 verovert asbest stormenderhand ons land. Aanvankelijk tot vreugde van zo’n beetje iedereen. Asbest werd geroemd om zijn goede eigenschappen: het was sterk, slijtvast, bestand tegen logen, zuren en hoge temperaturen en het was isolerend. En dan was het nog goedkoop ook! Asbest leek, kortom, een ideaal materiaal.

Niets dan lof?
Als zodanig werd het dan ook aangeprezen. Een voorbeeld uit de brochure Rioolbuizen (1968) van Eternit: ‘Er is reeds 40-jarige ervaring met Eternitbuizen, ook in de rioleringssector. Daarbij is gebleken – evenals bij talrijke laboratoriumonderzoekingen – dat deze buiten ook op de lange duur tegen corrosie, tegen statische en dynamische belastingen en tegen afslijting zeer goed bestand zijn. In de Nederlandse bodem zijn momenteel ca. 50.000 km Eternitbuizen voor gas, water en riolering in gebruik. (…) Wanneer achteraf bij de aanleg nog niet bekende aansluitingen moeten worden gemaakt, zijn Eternitbuizen op het werk met de hand en uiteraard ook met mechanische apparatuur maatvast aan te boren, waarna een waterdichte inlaat voor huis- of kolkaansluitingen op eenvoudige wijze kan worden aangebracht. Eternitbuizen kunnen ook gewoon worden doorgezaagd en ter plaatse als pasbuis worden afgewerkt.’
Bijna veertig jaar later valt op bovenstaande loftuitingen echter wel het een en ander af te dingen. Zo weten we inmiddels dat asbestcement wel degelijk onderhevig is aan erosie. De asbestvezels in het cement kunnen losraken en dan is er opeens sprake van losgebonden asbest, in plaats van hechtgebonden asbest. Een belangrijk onderscheid, omdat met name losgebonden asbest gezondheidsrisico’s oplevert, zo weten we nu maar al te goed. Onlangs nog kende de kantonrechter van Heerlen een schadevergoeding van ruim 60.000 euro toe aan de nabestaanden van een rioleringswerker die overleed aan de asbestziekte buikvlieskanker. De man had de ziekte begin jaren zeventig opgelopen toen hij een riolering met Eternitbuizen aanlegde in enkele Limburgse dorpen. De voormalige werkgever van de man moet de schade betalen, omdat hij onvoldoende beschermende maatregelen had getroffen. Naar aanleiding van de uitspraak heeft FNV Bouw rioleringswerkers die vroeger met asbestcement buizen hebben gewerkt opgeroepen zich te melden bij de vakbond. Volgens de bond maakt de rechterlijke uitspraak de weg vrij voor andere slachtoffers om ook schade te claimen. Vermoedelijk hebben enige honderden mensen hier recht op. Kortom: het asbestprobleem is voorlopig de wereld nog niet uit.

Volgende keer: de asbestproblematiek te lijf.
Verschenen in Riolering (HolaPress; 2005).

Dit artikel is 1627 keer bekeken